donderdag 31 juli 2014

KLOOSED

Geloof het of niet, maar de collectie begint te slinken. Op de piekiesmarkt niks bijgekocht en wel diverse spellen verkocht. Het lijkt wel of de hobby op pauze gaat. Daarom even pauze.


maandag 14 juli 2014

Wees geen koeienkop

Door een samenloop van omstandigheden speel ik op het moment weer regelmatig spellen met kinderen van 7 tot 9 jaar. De spellen waarbij je lang nadenkt over je volgende zet blijven dus voorlopig in de kast. Het is meer tijd om de klassiekers te herontdekken, zoals Take 5. Een tip voor de vakantie!

Voor Take 5 moet je een beetje kunnen rekenen, en dat is wat 7- tot 9-jarigen heel veel leren op school. Je krijgt 10 kaarten (uit een stapel van 100+) die je zo gunstig mogelijk 1 voor 1 uit moet spelen. Het spel begint met 4 rijen van 1 kaart. Elke rij mag maximaal 5 kaarten lang worden. Elke speler kiest een kaart en legt deze gedekt voor zich neer. Dan worden ze gelijktijdig omgedraaid. De speler met de kaart met het laagste nummer mag als eerste de kaart aan een rij aanleggen. Niet zomaar een rij. Het nummer van je gedraaide kaart moet hoger zijn dan het nummer van de kaart in de rij, en er ook nog eens het dichtst bij zitten. Dat kan in de praktijk maar 1 rij zijn. Dus als de laatste getallen in de rijen 34, 45, 18 en 64 zijn, en je draait 40, dan leg je de kaart in de rij met 34. Als je kaart de 6e kaart in de rij is, dan moet je de 5 kaarten in de rij pakken als strafpunten. Je eigen kaart wordt de 1e in een nieuwe rij. Als je kaart in geen enkele rij past, dan mag je kiezen welke rij je pakt als straf. Na 10 rondes schrijf je ieders strafpunten op en deel je opnieuw. Net zolang totdat je er zat van bent.

Take 5 is in een vloek en een zucht uitgelegd en speelt vlot weg. Kinderen die goed kunnen rekenen zijn er dol op, en kinderen die wat minder goed kunnen rekenen leren er van rekenen. Een campingtafel is groot genoeg om het te kunnen spelen. En een zijvak van de rugzak is groot genoeg om het mee te kunnen nemen. Meenemen!

woensdag 25 juni 2014

Mens-erger-je-kaart

Opeens lag het spel 40! in de spellenkast. De naam is afkomstig van het aantal kaarten dat er op tafel ligt. In je hand heb je twee dobbelkaarten. Daar staat een dobbelsteen op, van 1 tot 6. Als je begint speel je een dobbelkaart en pak je de overeenkomstige puntenkaart. Als je weer aan de beurt bent speel je een dobbelkaart en pak je de puntenkaart met het aantal punten van de vorige puntenkaart plus de waarde van de dobbelkaart. 4 + 5 = 9, bijvoorbeeld. Die kan in het midden op tafel liggen of bij een andere speler in een rij. Want daar draait het om: rijen kaarten maken totdat je de kaart met nummer 40 kunt pakken. Je mag maximaal 3 rijen tegelijk hebben om dat te proberen. Als je de kaart met 40 hebt wordt de waarde van je rij geteld en worden de kaarten uit de rij teruggelegd. Wie het eerst 40 punten heeft, heeft gewonnen. Geen onaardig spel van de twee beroemde spelontwerpers Kramer en Kiesling.

Na onderzoek op BoardGameGeek kwam ik er achter dat dit een kaartvariant van het beruchte spel Mens-erger-je-niet behoort te zijn. De heren zijn wonderwel in die opzet geslaagd. De frustratie is duidelijk herkenbaar. Maar gelukkig minder erg dan bij de oudere broer. Bij Mens-erger-je-niet moet je helemaal terug naar het begin als je er af wordt gegooid. Bij 40! kun je kaarten kwijtraken aan je tegenstander. Ook niet leuk, maar je houdt er altijd wel wat over en kunt ook wat aan risicospreiding en terugpakken doen.


dinsdag 27 mei 2014

De Ruyter kaartspel

Nu nog slechts een prototype, maar over hopelijk niet al te lange tijd een verkrijgbaar tweepersoons kaartspel: De Ruyter. Gebaseerd op de avonturen van de gelijknamige stripheld. Je vecht als De Ruyter of als Ayscue. Je hebt vier zeeforten en drie schepen tot je beschikking. Die vul je met kanonnen en manschappen. En dan: ten strijde! Zodra je zes zeeforten hebt óf de admiraal van de tegenstander hebt uitgeschakeld heb je gewonnen.


Trossen los! We varen het zeegat uit.

donderdag 1 mei 2014

Drie exemplaren

Een beeld uit de eerste aflevering van de Amerikaanse serie Arrested Development.


Waarom zou iemand drie exemplaren Monopoly (willen) hebben?